• Gitte Briffa

Nu we niet meer hoeven werken is de vraag wat willen we?

Voor Justien Marseille is geen enkel onderwerp taboe. Justien is futurist, ze onderzoekt mogelijke toekomsten en doet onderzoek naar methoden voor toekomstonderzoek. Ik had een intrigerend gesprek met haar dat begon over de toekomst van werk en eindigde bij wereldburgerschap. Ik word dolenthousiast van zulke visionaire mensen! We hadden het over minder werken, weerbaarheid tegen angst als 21st century skill, Big Sister technologie en de potentie van internationale verbondenheid. Laat je inspireren door Justiens visie op de toekomst van werk.



Minder werken: van eerste levensbehoefte naar zelfverwezenlijking.

‘We hoeven niet meer zoveel te werken, er is langzamerhand genoeg’ zegt Justien. Keynes voorspelde in 1930 dat we binnen honderd jaar met slechts een vijftienurige werkweek toe zouden kunnen. Je kunt zeggen dat zijn voorspelling niet uitgekomen is, maar ons welvaartsniveau ligt nu vele malen hoger. We reizen vaker en verder, hebben allemaal een TV en een auto en we hebben zelfs wegwerpspullen; daar had Keynes niet over kunnen dromen. In 1930[1] ging het grootste deel van onze uitgaven naar overleven (een huis, voeding en kleding). Nu besteden we ons inkomen vooral in de top van de piramide van Maslow, aan sociale context, erkenning en zelfverwezenlijking. Het is maar de vraag hoe lang we daar nog geld, werk en een baas voor nodig hebben.


Waar gaat het werk heen? Van baan naar taak.

We kunnen de toekomst van werk niet begrijpen als we niet ontrafelen waar het vandaan komt. Heb je inzicht in hoe de paradigma’s rond werk tot stand zijn gekomen, dan zie je al snel mogelijke toekomsten.

Het concept van werk zoals we dat nu kennen, met een arbeidsverband en afhankelijkheid ten aanzien van deze ene baan is relatief nieuw en ontstaan uit de Industriële Revolutie. De werknemer die we nu kennen met een baas, een taakomschrijving, werktijden en een werkplek komt voort uit de tijd dat machines en contact plaatsgebonden waren en werkprocessen planbaar. Arbeiders kwamen naar fabrieken waar zware en dure machines met standaardprocedures werden bediend. Het wegenstelsel vormde de connectie tussen de eenheden. Dit werk was vaak eenvoudig en vervangbaar, wat de werknemer kwetsbaar maakte. Met die kwetsbaarheid kwam de arbeidsbescherming en daarbij de logheid van organisaties.

Het paradigma dat we nu rond werk hanteren, met als uitersten de vogelvrije onbeschermde en ongeorganiseerde eenlingen, en aan de andere kant van de hiërarchisch georganiseerde functiehuizen, sluit niet meer aan bij situatie van nu en de behoeften van de toekomst. In deze grote organisaties is niet het individu en zijn unieke eigenschappen leidend, maar zijn we tewerkgesteld aan de binnen de organisatie toegekende rol. Het bedrijfsproces is daarmee leidend geworden voor de manier waarop het individu zijn ambities vormgeeft. Men solliciteert naar een rol en pakket dat door een ander is verzonnen. En daar ben je dan vaak in grote mate financieel van afhankelijk van. Weinig weerbaar.

Deze afhankelijkheid creëert angst. We moeten in de pas lopen en erbij horen omdat we financieel en sociaal afhankelijk zijn. Dit zou weleens een grote valkuil kunnen zijn. We maken daarmee te weinig gebruik van de rijkheid van het unieke persoon. Met de nadruk op controleerbare processen zijn de uitzonderingen uit het systeem gesloopt. Juist het unieke van de mogelijke ruil gaat ten onder. Julian Birkshaw benoemt het koesteren van de uitzondering juist als een van de vier unieke eigenschappen van de organisatie van morgen[2]. En dat is waar de volgende generatie makers over na zal denken. We werken straks niet meer omdat het moet, maar omdat het onze behoefte aan verwezenlijking en ontplooiing vooruithelpt.

Het werk van de toekomst gaat om dat doen waarin je het best tot je recht komt, op een plek waar je dat het liefste doet, in ruil voor wat jij belangrijk vindt. Wat dit is hangt af van je eigen ambities, je doelen, de levensfase waarin je je bevindt en je reputatie die je daarin hebt opgebouwd. De nadruk verschuift het komende decennium van organisatie van de arbeidscapaciteit, naar het beter aanwenden van het aanwezig potentieel. De spil van het kapitaal is niet langer het productiemateriaal, maar de gebruiker, de werknemer, creator, argumentator, spectator. Hij is verbonden aan het netwerk.

Omdat het kan.

Nu wij in een groot deel van onze materiële behoeften hebben voorzien zijn we ook vrijer in de invulling in het doen wat we graag doen, op een plaats waar we graag zijn, met een team waar we graag mee werken, een aan opgaaf die aan het hart gaat. Werkend aan doelen die passen bij levensfase, interesses en ambities. Meer aandacht voor zelfverwezenlijking is de drijfveer voor een heel ander begrip voor werken. De verregaande digitale verbondenheid zorgt dat het ook kan. Het is al lang niet meer een verworvenheid van een hippe digitale voorhoede, op vele niveaus is het ondertussen mogelijk om op een hele andere manier met werk en taken om te gaan. Dit kan omdat het niet alleen financieel haalbaar is, maar ook omdat het past binnen de huidige cultuur en omdat de technologie ons middelen heeft gegeven om de distributie van taken en zaken beter te regelen, op grond van optimaal gebruik, in plaats van maximaal bezit.

Centrale waardetoekenning - decentrale waardetoekenning

Werk en inkomen hangen samen en zijn verbonden door geld. Geld is een gemonopoliseerd ruilmiddel. De alternatieve ruilmiddelen maken naast de staatsgedomineerde en gemonopoliseerde guldens, euro’s en dollars al jaren een opmars in het alternatieve circuit. De cryptocurrencies als Bitcoins breken de reguliere financiële circuit open. De realisatie van de kracht (kans en gevaar) van de totalitaire transparantie zal zorgen voor een transformatie van het begrip arbeid.

 Dit kan de toekomst zijn omdat het niet alleen de cultuur is die er rijp voor is, maar ook de techniek en het vertrouwen in deze techniek maken de transitie van de arbeidsmarkt mogelijk. We kunnen dat doen wat we leuk vinden, daar waar we het leuk vinden, binnen de ambities die we zelf koesteren. En de techniek maakt dat dit gemassificeerd kan worden. We kunnen op de hoogte gesteld worden van voor ons interessante taken die uitkomen bij onze ambities en agenda. Dit doet de app Jobbatical nu al. Deze app verbindt de talenten en wensen van de gebruiker aan de banen en taakjes die er in de buurt beschikbaar zijn. Het is niets meer dan Uber, maar dan voor alles. Niet alleen auto’s, ook wijze lessen, kleine reparaties of diensten kunnen hier mee uitgewisseld worden. De uitersten zijn al geschetst, in China zien we het Social Credit System, en in het westen in de Black Mirror aflevering: Nose Dive. In beide zien we nu het enge, dystopische Big Brother. Het systeem ziet alles en straft op grond van de ingegeven norm. Het beïnvloedt gedrag door middel van ratings, het sluit in en sluit uit.

Controleren of faciliteren? Big brother of Big sister?

Precies hetzelfde systeem kan belonend zijn, verbindend. We kunnen de merites uit het verleden, van trias politica tot cao, vertalen naar de nieuwe digitale werkelijkheid. Het is aan de volgende generatie makers, om te besluiten of een foute oversteek leidt tot uitsluiting van de opleiding of het verplicht kijken van een les over veilig verkeer.

 Gelukkig is dit, althans, op de Hogeschool Rotterdam waar Justien werkt, een specifiek punt van aandacht. Ethiek is een onderdeel van het curriculum en er is uitgebreid aandacht voor de rol van de ontwerper als maker van de samenleving, Of dit nu gaat om ervaringen in onze omgeving of om de algoritmes die bepalen wanneer we wat zien.

Welke opdrachten geven we mee? Hoe gaan we onze technologie opvoeden? Programmeren we techniek vanuit het idee dat de mens niets waard is en niet te vertrouwen is? Dan creëren we een Big Brother die ons controleert. Stellen we dat mensen hartstikke leuk zijn en geholpen kunnen worden? Dan wordt technologie onze Big Sister. Techniek zal ons dan ondersteunen en verheffen. Het geeft ons bewegingsvrijheid, toegang en kwaliteit van leven.

Je kan bang zijn voor het Chinese credit system, maar ons overkomt hetzelfde aan het andere eind van de as. Wij worden geprogrammeerd door Google en Facebook. Is dat dan goed omdat de afzender van de programmering een bekende is? Of dat het doen van de programmering past binnen de huidige consumptiecultuur?

De toekomst kan die zijn van een vrij en ontwikkeld mens die, geholpen door de technologie, maar weinig tijd hoeft te besteden aan verplicht werk, omdat dat slimmer en beter is afgestemd, en niet verbonden is aan banen en bazen, maar op talenten en ambities.

Met het besef dat we nog slechts 15 uur gezamenlijke arbeid hoeven te verrichten voor onze eerste levensbehoeften kunnen we het ongewone omarmen, de uitzondering koesteren en speels falen. Omdat wat werk is voor de een, een hobby is voor de ander. Nu denken we dat een arts of een vrachtwagenchauffeur alleen en altijd dat doet waarvoor hij is opgeleid. Maar er is niets dat tegenhoudt om meerder rollen te vervullen. Dat is de praktijk van vandaag al. Er zijn bijna geen full-time huisartsen meer bijvoorbeeld, maar we hebben dit nog niet in een structuur en vorm ingebed. De huisarts die 2 uur per dag chauffeur is voor eigen en buurtkinderen is nog immer part-time huisarts, terwijl ze daadwerkelijk full time functioneel is.

Weerbaarheid voor angst vraagt ook dat we fouten durven maken, onze unieke invalshoek kunnen delen en daarmee kunnen innoveren. Het tegenovergestelde gebeurt nu echter vaak. De huidige nadruk op massa en nu leidt ertoe dat we de uitzondering uitfilteren. We neigen ertoe elkaar na te praten, onszelf veilig te stellen door te doen wat er gevraagd wordt waardoor slechts de meest gangbare meningen worden gehoord. En deze worden eindeloos herhaald door het grote indoctrinatiecircus van de sociale media. Alles is gericht op de dominante massa. De aandacht van de consument is de nieuwe olie. Omdat aandacht gelijk staat aan inkomsten, ga je als televisiekanaal of krant richten op het grootste publiek. Deze spiraal waarin steeds minder aandacht is voor de uitzondering vertraagt de vooruitgang. Het werkt behoudendheid in de hand, napraten loont immers meer dan de kritische reflectie. We worden geleid naar minder opties. Terwijl de waarde van onze kennismaatschappij juist ligt in de mogelijkheid om buiten de norm te durven denken.

Weken voor je geld, of werken voor je zelfverwezenlijking.

Werk kan een aantal basisbehoeften vervullen. We werken niet alleen om in ons levensonderhoud te voorzien. We werken ook omdat we erkenning willen voor wat we kunnen, voor onze persoonlijke ontwikkeling en voor de sociale functie die werk heeft: we tonen ons nut in de groep. Minder werken zou dus impact kunnen hebben op ons zelfbeeld. Werk is niet alleen een financiële, maar ook een emotionele bron. Nadenken over de toekomst van werk is dan ook nadenken over de toekomst van zingeving. Wie ben je als je minder hard werkt? Als we werk handiger willen inrichten dan moeten deze basisbehoeften meegenomen worden.

Te verwachten is dat de generatie die nu opgroeit, met kennis op zak, en de skills om kritisch te reflecteren in samenwerking tot creatieve oplossingen zullen komen. Ze zullen niet schuwen dat wat prima door ‘de machine’ gedaan kan worden aan de machine over te geven. Te verwachten is dat zij zullen doen wat ze interessant vinden, op een plek waar ze graag zijn, met mensen met wie ze graag zijn. Ze zullen vertrouwen op technologie die bijhoudt welke taken aan te pakken, en hoe het makkelijkst te groeien of verwezenlijken.

[1] What’s the Purpose of Companies in the Age of AI? https://hbr.org/2018/08/whats-the-purpose-of-companies-in-the-age-of-ai Julian Birkinshaw

[2] HOE DE AMSTERDAMSCHE BEVOLKING MET EEN INKOMEN BOVEN ƒ 800 OMSTREEKS 1935 LEEFDE DOOR J. H. VAN ZANTEN. https://ijpp.rug.nl/index.php/MenM/article/viewFile/15528/13028